Hoeveel tegels heb ik nodig? Zo reken je het snel uit

file

Hoeveel tegels je nodig hebt, bereken je door de oppervlakte van de ruimte (in m²) te vermenigvuldigen met het aantal tegels per m² voor jouw tegelformaat, en daar dan 10% uitvalpercentage bij op te tellen. Bij de populaire 40×40 cm tegel betekent dat: 6,25 tegels per m², dus voor 10 m² heb je circa 69 tegels nodig (62,5 plus 10% afval).

Hieronder lees je precies hoe je dit voor elk formaat uitrekent, wat de valkuilen zijn en wanneer je meer of juist minder extra tegels moet bestellen.

Hoeveel tegels heb ik nodig per m²?

Het aantal tegels per m² hangt puur af van het formaat. Je deelt 10.000 cm² (één m²) door de oppervlakte van één tegel. Een tegel van 40×40 cm heeft een oppervlakte van 1.600 cm², dus 10.000 gedeeld door 1.600 = 6,25 tegels per m².

Voor de meest gebruikte formaten ziet dat er zo uit:

Tegelformaat Tegels per m² Tegels voor 10 m² (incl. 10% uitval)
20×20 cm 25 275
30×30 cm 11,1 122
40×40 cm 6,25 69
50×50 cm 4 44
60×60 cm 2,78 31
30×60 cm 5,56 61

Rond altijd af naar boven, nooit naar beneden. Tegels worden per verpakking verkocht en je wilt niet met een tekort zitten halverwege de klus.

Stap voor stap: zo bereken je het zelf

Het stappenplan is in drie stappen klaar:

  • Stap 1: Meet de oppervlakte. Bereken de lengte maal de breedte van de ruimte of het terras in meters. Een tuin van 4 bij 5 meter = 20 m².
  • Stap 2: Bereken het aantal tegels zonder uitval. Vermenigvuldig de oppervlakte met het aantal tegels per m² voor jouw formaat. Voor 20 m² met 40×40 cm tegels: 20 x 6,25 = 125 tegels.
  • Stap 3: Tel de uitvalpercentage erbij op. Vermenigvuldig het getal uit stap 2 met 1,10 (standaard 10% uitval). Dus 125 x 1,10 = 137,5, afgerond: 138 tegels.

Bij een diagonale legpatroon, veel hoeken of ronde vormen reken je beter met 15% uitval in plaats van 10%. Dat kost iets meer, maar voorkomt dat je halverwege de winkel in moet om een partij te zoeken die misschien niet meer beschikbaar is.

Wanneer meer bestellen dan de berekening zegt

De 10%-regel is een vuistregel, geen garantie. In een aantal situaties is het slim om meer te bestellen:

  • De ruimte heeft veel uitstekende hoeken, pijlers of afgeronde randen.
  • Je legt op de diagonaal (45 graden), waarbij randtegels vaker op maat gezaagd worden.
  • Je werkt met grote, kwetsbare tegels (zoals dunne keramische platen) die sneller breken bij het zagen.
  • De tegels komen uit een beperkte restpartij of een kleur die snel uitloopt.

Besteld je te weinig en de tegel is uitverkocht, dan loop je het risico dat een nieuwe productieronde een iets andere kleur of structuur heeft. Zichtbaar verschil, ook na jaren.

Handige rekencheck voor 40×40 cm tegels

Voor 40×40 cm tegels, veruit het populairste formaat voor tuintegels, geldt een makkelijke vuistregel: elke 4 m² oppervlakte vraagt precies 25 tegels (zonder uitval). Dat maakt het rekenen overzichtelijk. Een terras van 16 m² = 4 x 25 = 100 tegels, plus 10% = 110 tegels.

Zorg dat je de tegels bij aankoop controleert op hetzelfde partijnummer. Tegels van dezelfde partij garanderen een uniforme kleur. Zelfs kleine productieverchillen tussen partijen kunnen op grote oppervlakten opvallen.

Gerelateerde blogs