Behang plakken doe je door stroken op maat af te knippen, de achterkant in te smeren met behanglijm (of de muur, afhankelijk van het type behang), en de stroken van boven naar beneden recht tegen de muur te plakken. Klinkt eenvoudig, maar de details maken het verschil tussen een strak resultaat en lelijke naden of luchtbellen.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Zorg dat je het goede gereedschap klaarhebt. Je hebt in elk geval nodig: een behangtafel, een scherp behangmes of rolmes, een waterpas, een loodlijn, een gladde rol of behangborstel, een grote spons, een emmer water en uiteraard behanglijm. Welke lijm je gebruikt, hangt af van het type behang. Vliesbehang (ook wel non-woven of vlies behang genoemd) lim je op de muur, niet op het behang zelf. Papierbehang lim je op de achterkant van het behang en laat je even inweken voor je het ophangt.
Check ook hoeveel rollen je nodig hebt. Rollen hebben doorgaans een breedte van 52 of 53 cm en een lengte van 10 meter. Meet de omtrek van de kamer op en deel dat door de breedte van het behang. Houd rekening met de patroonhoogte bij behang met een rapport (een herhalend patroon). Een groot rapport, bijvoorbeeld 64 cm, zorgt voor meer afval per strook. Koop altijd een rol extra als reserverol.
De muur voorbereiden
Een goede voorbereiding is het halve werk. Verwijder eerst het oude behang volledig en herstel gaten of scheuren met vulmiddel. Schuur daarna glad en stof af. Vet of glad geschilderde muren zijn lastig: ruw die eerst op met schuurpapier. Breng vervolgens een laag muurgrondverf of behangselselpap (verdunde behanglijm) aan. Dit zorgt ervoor dat de lijm niet meteen in de muur trekt en geeft je meer tijd om het behang recht te schuiven.
Begin altijd met een verticale loodlijn op de muur. Muren en hoeken zijn zelden perfect recht, dus gebruik een waterpas of snoerlood om je eerste lijn te trekken. Vanuit die lijn werk je verder. Dit voorkomt dat je behang na een paar stroken scheef gaat lopen.
Behang plakken: de juiste volgorde
Start bij een raam of deur en werk van daar naar buiten. Zo valt de snijnaad, die altijd iets zichtbaarder is, het minst op in het licht. Knip je eerste strook af op de juiste lengte: muurhoogte plus 5 tot 10 cm uitloop aan boven- en onderkant om bij te snijden.
Bij vliesbehang: breng de lijm breed aan op de muur ter breedte van een strook, met een rollers of kwast. Hang de strook op, positioneer hem langs de loodlijn en strijk hem glad van boven naar beneden. Werk luchtbellen weg met een behangborstel of gladde rol, altijd van het midden naar de zijkanten. Snij het overtollige behang boven en onder af met een scherp mes en een liniaal of snijmes langs het plafond en de plint.
Bij papierbehang: besmeer de achterkant volledig met lijm, vouw de strook losjes op (gelijmd op gelijmd), en laat hem 3 tot 5 minuten inweken zodat het papier kan uitzetten. Plak dan op dezelfde manier als vliesbehang.
Naden goed aanpakken
Schuif elke nieuwe strook strak tegen de vorige aan, zonder overlap. De naden moeten dicht op elkaar aansluiten maar niet over elkaar heen. Bij behang met een patroon: lijn het patroon op ooghoogte uit voordat je de rest vastsmet. Veeg lijmresten meteen af met een vochtige spons, want droge lijm is veel lastiger te verwijderen en kan het behang vlekken geven.
In hoeken knip je het behang niet precies op de hoek af. Laat 1 tot 2 cm om de hoek lopen en trek een nieuwe loodlijn voor de volgende wand. Zo blijft alles recht, ook als de hoek niet perfect is.
Veelgemaakte fouten bij het behangen
- Te weinig lijm aanbrengen, waardoor hoeken loslaten na het drogen.
- Geen loodlijn trekken, waardoor het behang na enkele banen scheef loopt.
- Papierbehang niet genoeg laten inweken, wat scheuren of bobbels geeft.
- Lijm niet afvegen, waardoor er vlekken op het behang achterblijven.
- Te snel doorwerken bij warm of zonnig weer, waardoor de lijm uitdroogt voor het behang goed zit.
Bij twijfel over het type behang of de juiste lijm: kijk op de verpakking of vraag bij de verfwinkel. Fabrikanten geven daar altijd een duidelijke aanbeveling voor, afgestemd op hun product.
Behang plakken is goed te doen als je de stappen rustig en in de juiste volgorde doorloopt. Een goede voorbereiding van de muur, een strakke loodlijn en het weggladden van luchtbellen direct na het ophangen zijn de drie dingen die het meeste verschil maken voor een professioneel eindresultaat.














