Hoeveel tegels per m² bij 30×30 cm? Zo reken je het uit

file

Per vierkante meter heb je precies 11,11 tegels van 30×30 cm nodig. In de praktijk rond je dit altijd af naar boven en tel je er een breukpercentage bij op voor snijverlies en eventuele beschadigingen. Voor de meeste ruimtes ga je uit van minimaal 12 tot 13 tegels per m² als veilige marge.

De berekening zelf is eenvoudig: een tegel van 30×30 cm heeft een oppervlakte van 0,09 m² (0,30 × 0,30). Deel 1 m² door 0,09 en je krijgt 11,11 tegels. Omdat je geen halve verpakkingen kunt kopen en tegels altijd moeten worden bijgesneden aan randen, hoeken en uitsparingen, houd je in de praktijk altijd meer tegels aan dan dit exacte getal.

Hoeveel tegels per m² bij 30×30: de berekening stap voor stap

Stel: je wil een badkamer van 4 m² betegelen met 30×30 cm tegels. Zo reken je het uit:

  • Oppervlakte per tegel: 0,30 × 0,30 = 0,09 m²
  • Aantal tegels per m²: 1 ÷ 0,09 = 11,11 tegels
  • Totaal voor 4 m²: 4 × 11,11 = 44,44 tegels
  • Afronden naar boven: 45 tegels
  • Plus 10% breukpercentage: 45 × 1,10 = 49,5, dus 50 tegels

Bij een diagonale legpatroon of ingewikkelde ruimte met veel hoeken en uitsparingen (denk aan een toilet, een kolom of een bad) wordt het snijverlies groter. Gebruik dan eerder 15% extra in plaats van 10%.

Hoeveel breukpercentage houd je aan?

De vuistregel is 10% extra voor een rechte legpatroon in een rechthoekige ruimte. Dit dekt tegels die breken bij het snijden en kleine maatafwijkingen. Bij een diagonale legpatroon (45 graden) loopt het snijverlies op tot 15 tot 20%, simpelweg omdat je meer materiaal wegsnijdt aan de randen. In een ruimte met veel obstakels, zoals een keuken vol aansluitingen, doe je er ook verstandig aan om 15% aan te houden.

Heb je nog tegels over na het werk? Bewaar die dan altijd. Als een tegel later breekt of beschadigt, is het bijna onmogelijk om exact dezelfde partij en kleur terug te vinden. Zeker bij 30×30 cm tegels die al een paar jaar uit de collectie zijn, is een reservevoorraad heel praktisch.

Snelle rekenentabel: aantal 30×30 tegels per oppervlakte

Oppervlakte Exact aantal tegels Met 10% extra Met 15% extra
1 m² 11,11 (= 12) 13 14
2 m² 22,22 (= 23) 26 27
4 m² 44,44 (= 45) 50 52
6 m² 66,67 (= 67) 74 77
10 m² 111,11 (= 112) 124 129
15 m² 166,67 (= 167) 184 192

Vergeet de voegbreedte niet

Bij de berekening hierboven ga je uit van de netto tegelafmeting van 30×30 cm. In werkelijkheid leggen tegels altijd met een voeg ertussen, doorgaans 2 tot 3 mm bij vloertegels en 1,5 tot 2 mm bij wandtegels. Dit heeft weinig invloed op het aantal tegels dat je nodig hebt, maar het bepaalt wel de exacte eindmaat van je vlak. Voor een nauwkeurige passing in de ruimte meet je altijd met de voegbreedte erbij.

Voor een ruimte van precies 3 meter breed geldt: bij een voegbreedte van 2 mm past er per rij één tegel van 30,2 cm (tegel plus voeg). Dat zijn dan 9 hele tegels van 30 cm plus een reststuk. Reken dit vooraf uit zodat je weet of de randtegels breed genoeg zijn voor een nette afwerking. Een randtegel smaller dan 5 cm ziet er zelden mooi uit.

Met 11,11 tegels per m² als basisgetal en een breukpercentage van 10 tot 15% kom je altijd goed uit. Reken het oppervlak van je ruimte zorgvuldig op, trek vaste obstakels (zoals een ingebouwde kast of een bad) er meteen van af, en bestel op basis van die netto oppervlakte. Zo voorkom je dat je halverwege het werk tekortkomt of onnodig veel extra tegels aanschaft.

Gerelateerde blogs