Tegels voegen met een kitspuit gaat sneller en netter dan voegen met een spatel, zeker bij lange voegen of moeilijk bereikbare hoeken. Je vult de kitspuit met voegkit, brengt de kit direct en gelijkmatig in de voeg aan, en strijkt daarna glad. Hieronder lees je precies hoe je dat aanpakt, wat je nodig hebt en waar het vaak misgaat.
Dit heb je nodig
Naast de kitspuit zelf heb je de juiste voegkit nodig. Voor vochtige ruimtes zoals badkamers en keukens gebruik je siliconekit of voegkit op siliconebasis. Die is waterafstotend en beweegt mee als de ondergrond een beetje werkt. Voor droge ruimtes is een standaard acrylvoegkit ook een optie, maar silicone is duurzamer op plekken met temperatuurwisselingen of veel vocht.
Verder heb je nodig:
- Een kitspuit (handbediend of met perslucht)
- Een nauwe spuitmond of schuine afsnijding passend bij de breedte van je voeg
- Afplaktape
- Een natte spons of je vinger om glad te strijken
- Een stanleymes of schaar om de spuitmond af te snijden
Tegels voegen met een kitspuit: de stap voor stap aanpak
Begin met een schone, droge voeg. Oud voegwerk verwijder je eerst volledig, anders hecht de nieuwe kit niet goed. Zit er oud silicone in de voeg, snijd dat dan weg met een stanleymes en maak de naad stofvrij.
Plak daarna afplaktape aan weerszijden van de voeg op de tegels. Zo blijven de tegels schoon en krijg je een rechte, nette afwerking. Dit is een extra stap, maar het scheelt flink in de afwerking achteraf.
Snijd de spuitmond van de kitpatroon schuin af, op een hoek van ongeveer 45 graden. Maak de opening niet groter dan de breedte van je voeg. Een te grote opening geeft te veel kit en een slordig resultaat. Zet de patroon in de kitspuit en draai de drukstang vast.
Houd de kitspuit rechtop en werk naar jezelf toe. Zo heb je goed zicht op wat je doet en kun je de druk gelijkmatig houden. Duw de spuitmond licht in de voeg en trek de spuit in een vloeiende beweging langs de voeg terwijl je de trekker indrukt. Zorg dat de voeg volledig gevuld is, zonder dat er grote ophopingen of luchtbellen ontstaan.
Haal direct na het spuiten de afplaktape weg, nog voordat de kit begint te harden. Trek de tape in een hoek van 45 graden weg voor een scherpe rand. Daarna strijk je de voeg glad met een natte vinger of een vochtige afstrijker. Gebruik geen te veel water, want dat kan silicone doen schieten of vlekken geven.
Veelgemaakte fouten
De spuitmond te groot afsnijden is de meest voorkomende fout. Daardoor breng je te veel kit aan en druk je de tegels vies. Begin liever met een kleine opening; je kunt altijd nog iets meer afsnijden als de opening te klein is.
Een andere valkuil is te snel werken in stukken die je niet meteen kunt afstrijken. Siliconekit begint al binnen een paar minuten te haren. Werk daarom in behapbare stukken van zo’n 50 tot 80 centimeter tegelijk: spuiten, tape verwijderen, glad strijken, dan pas verder.
Vergeet ook niet de drukstang los te dralen na gebruik. Als je de kitspuit neerlegt zonder de druk te ontlasten, blijft de kit doorlopen uit de spuitmond. Dat is zonde van je materiaal en maakt een vieze boel.
Wanneer een kitspuit handig is en wanneer niet
Een kitspuit werkt het best bij lange, rechte voegen zoals rondom een bad of douchecabine, langs een aanrechtblad of bij de overgang tussen wand en vloer. Voor brede vlakvoegen tussen tegels onderling is voegmortel met een spatel of voegspons vaak een betere keuze. Voegkit uit een kitspuit is niet bedoeld om grote vlakken tussen tegels te vullen, maar voor afwerkingsvoegen en bewegingsvoegen op aansluitingen.
Heb je nog nooit met een kitspuit gewerkt, oefen dan eerst op een stuk karton of op een onzichtbare plek. Na een paar meter voel je snel de juiste snelheid en druk. De eerste meter hoeft niet perfect te zijn; de truc is consistent werken in een rustig tempo.














