Behang tips: zo hang je behang goed op (en voorkom je de meest gemaakte fouten)

file

De belangrijkste behang tips beginnen vóór je ook maar een rol openrolt: een goede voorbereiding bepaalt voor negentig procent of het resultaat mooi wordt. Denk aan een schone, droge en vlakke muur, de juiste lijm en de juiste techniek voor het type behang dat je kiest. Hieronder vind je de meest bruikbare tips per fase, van voorbereiding tot de finishing touch.

Begin met de muur, niet met het behang

Controleer de muur voordat je begint. Gaatjes, scheuren en oneffenheden zijn straks zichtbaar door het behang heen, zeker bij glad of dun materiaal. Vul kleine beschadigingen op met polyfilla of muurvuller, schuur ze glad als ze droog zijn en stof de muur daarna goed af.

Vochtige muren zijn een veelgemaakte valkuil. Behang op een vochtige ondergrond laat los, kleurt door of gaat schimmelen. Twijfel je of de muur droog genoeg is? Plak een stukje plastic tape op de muur, laat het 24 uur zitten en kijk of er condensatie onder zit. Is dat het geval, wacht dan nog langer of los de vochtbron eerst op.

Muren die nieuw gestuct zijn of vers geverfd, absorberen lijm veel te snel. Gebruik in dat geval eerst een grondeerlaag (ook wel “voorstrijkmiddel” of “plamuur verdund met water” genoemd). Dit zorgt dat de lijm gelijkmatig trekt en de eerste banen niet direct vastplakken voordat je ze goed kunt positioneren.

Praktische behang tips per type behang

Vliesbehang en papierbehang gedragen zich heel anders. Bij papierbehang breng je de lijm aan op het behang zelf, rol je het op en laat je het weken (de inweektijd staat op de verpakking, meestal 5 tot 10 minuten). Sla je de inweektijd over, dan krimpt het behang na het plakken en krijg je naden die openspringen.

Bij vliesbehang breng je de lijm aan op de muur, niet op het behang. Dat is een stuk gemakkelijker en vergevingsgezind: je kunt banen ook na het plakken nog verschuiven. Vliesbehang is daarom de betere keuze als je weinig ervaring hebt. Je hebt minder kans op scheuren en het hangt strakker.

Gebruik altijd de lijm die de fabrikant van het behang aanbeveelt. Vliesbehanglijm is zwaarder dan gewone behanglijm en houdt beter. Goedkope universele lijm is verleidelijk, maar schiet tekort bij zwaar behang of bij muren met een glad oppervlak.

Het eerste baantje is het belangrijkste

Gebruik een waterpas of een schietlood om een verticale lijn op de muur te trekken voordat je begint. Hoeken zijn zelden recht, dus als je de eerste baan op een hoek afstemt, hang je al je volgende banen scheef. Begin altijd naast een deur of in een hoek, met die verticale lijn als referentie.

Meet de hoogte van de muur op en snijd je banen 5 tot 10 centimeter langer dan nodig. Die extra ruimte boven en onder maak je later glad met een behangschraper en snijd je weg met een scherp snijmes langs een metalen lat. Een bot mes scheurt het behang in plaats van het te snijden, dus gebruik altijd een afbreekmes met een vers stukje blad.

Aansluiten, luchtbellen en naden

Leg banen precies knooppunt aan knooppunt (stootnaad), niet over elkaar. Overlappende banen geven een lelijke rand die je altijd ziet, zeker op gladde muren. Gebruik een behangroller of een zachte spons om elke baan aan te drukken en luchtbellen naar de zijkanten te werken. Begin in het midden van de baan en werk naar de randen.

Zit er toch een luchtbel die niet weggaat? Wacht niet tot het behang droog is. Prik de bel in met een naald, spuit er een druppel lijm onder met een injectiespuitje of via de prik, en druk de bel daarna plat. Droog wegdrukken beschadigt het behang en werkt toch niet.

Veeg overtollige lijm direct weg met een vochtige spons. Gedroogde lijm is veel moeilijker te verwijderen en kan een glanzende vlek achterlaten op matte behangtypes.

Patronen uitlijnen zonder materiaal te verspillen

Behang met een rapport (een herhalend patroon dat op de naden moet aansluiten) vraagt meer materiaal. Hoe groter het rapport, hoe meer verlies je hebt bij het snijden. Bij een groot rapport van 64 centimeter kun je per baan al gauw een halve meter kwijtraken. Koop bij twijfel altijd een rol extra. Tekort behang van hetzelfde lot is bijna nooit bij te bestellen, omdat kleurverschillen per lot zichtbaar zijn.

Leg de eerste baan neer en leg de tweede er naast (niet hangen, gewoon houden) om het patroon af te stemmen vóór je snijdt. Zo weet je precies hoe je de volgende baan moet verschuiven en verspil je minder.

Veelgemaakte fouten bij het behangen

  • Te weinig lijm op de randen aanbrengen: randen laten het eerst los, besteed er dus extra aandacht aan.
  • Doorgaan als de lijm te dun is: dunne lijm geeft weinig grip en de banen schuiven omlaag.
  • Behangen bij te lage temperatuur: onder 10 graden droogt de lijm te langzaam en ongelijkmatig.
  • Deuren en ramen openzetten tijdens het behangen: trek veroorzaakt ongelijkmatige droging en daardoor rimpels of krullende randen. Zorg voor een constante temperatuur en sluit ramen tot het behang volledig droog is.
  • Beginnen in een hoek zonder verticale referentielijn: dit loopt altijd scheef.

Na het behangen: laten drogen en eventueel schilderen

Laat het behang minimaal 24 uur drogen voordat je de kamer in gebruik neemt of begint te schilderen. Bij dik vliesbehang kan dat oplopen tot 48 uur. Kleine rimpels die je direct na het plakken ziet, trekken bij normaal vliesbehang vaak vanzelf glad als het droogt. Wacht dus rustig af voordat je conclusies trekt.

Wil je behang overschilderen, gebruik dan een geschikte behangverf of een muurverf die geschikt is voor behangen ondergronden. Niet alle verf hecht goed op behang, zeker niet op behangtypes met een structuur of coating.

Met een goed voorbereide muur, de juiste lijm en een beetje geduld bij elke baan is behangen goed te doen zonder professionele hulp. De meeste mislukkingen ontstaan door haast, en niet door gebrek aan vaardigheid.

Gerelateerde blogs